De Kracht Van Mededogen
- grietheylen
- 24 apr
- 3 minuten om te lezen

Ik herinner me hoe ik als tienjarig meisje toekeek op het stille sterven van het zoontje van goede vrienden. Mijn ouders waren nauw betrokken, en ik ving flarden op van een werkelijkheid waar ik geen weg mee wist.
’s Nachts lag ik wakker. Ik huilde en richtte mijn gebeden tot wat ik toen God noemde, met één wens: laat hem terugkomen. Het verdriet van zijn ouders was te groot voor wie ik toen was.
Zo bewoog ik door het leven, langs gebeurtenissen die mijn gevoeligheid te boven gingen. De schrijnende beelden van de weeshuizen in Roemenië. Het scheiden van een siamese tweeling, waarbij één kindje stierf. Het achtergelaten kind bleef me achtervolgen — wekenlang huilde ik omdat ik zoveel verdriet in me voelde en ik wist niet waarom.
Naarmate ik ouder werd, ontstond in mij een soort van Jeanne d’Arc-complex. Ik wilde helen. Verzachten. Redden. Ik gaf mezelf weg en zocht manieren om mijn eigen overgevoeligheid te ontwijken. Het liefst wilde ik op een eiland wonen, ver van alles vandaan.
Liefde werd voor mij: ik red jou.
Ik zocht antwoorden in Reiki, sjamanisme, ademwerk, rituelen… Ik volgde leraren en hoopte ergens rust te vinden.
Maar het leven bleef duwen. Het bracht me situaties waarin ik telkens opnieuw werd uitgenodigd om dichter bij mezelf te zijn.
Conflicten ontstonden waarin ik mezelf verloor. Momenten waarin ik automatisch voor de ander koos — en pas nadien de leegte voelde.
Tot mijn laatste scheiding.
Die sneed diep. Ik geloofde in een gedeeld pad van groei, in een heilige verbondenheid die zou blijven. Toen dat wegviel, verloor ik mijn houvast.
Ik werd stil. Verward. Betekenis leek uit mijn leven weg te glijden.
Ik vond troost in kleine dingen. Bloemen. Licht. Stilte.
Elke ochtend voelde als een keuze die ik moest afdwingen: opstaan, bewegen, doorgaan.
Ik was moe. En ergens voelde ik me onzichtbaar.
Voor mijn kinderen wilde ik dat niet zijn. Een moeder die verdwijnt in verdriet — dat dragen zij mee. Dat wist ik.
Er moest iets veranderen.
Meditatie werd mijn anker. Ik begon te oefenen, vastbesloten om niets meer weg te duwen.
Gevoelens mochten er zijn. Zacht. Open. Zonder strijd.
Langzaam begon er iets te verschuiven.
Ik ontdekte dat gevoelens niet vastzitten. Dat ze bewegen. Vloeiend zijn. Komen en gaan. Mijn nieuwsgierigheid groeide: wat leeft er onder wat ik voel?
Ik bleef. Ik keek. Ik was nieuwsgierig.
En ergens onderweg begreep ik: strijd sluit af, het wikkelt— ze bouwt muren rond een zachte kern.
Ik ervaarde dat wanneer ik innerlijke vrede begon te vinden, de buitenwereld mee resoneerde, moeiteloos of vanzelf.
Daar, in die verschuiving, vond Reiki opnieuw zijn plek. Niet als zoektocht, maar als verlengde van wat al in mij leefde.
Mijn pad, dat zo lang onduidelijk was geweest, begon op te lichten. En ik begreep dat dit de vernieuwing was.
De scheiding werd geen breuk meer, maar een opening. Een ruimte waarin ik kon ademen, bewegen en kiezen wat ik wou.
Alsof ik leerde surfen op golven door het leven geschonken, maar de hoogtes maakten me niet meer bang.
Langzaam veranderde alles.
Ochtenden voelden niet langer als een opdracht, maar als een kostbaar geschenk. Dankbaarheid en inspiratie wandelden met me samen.
En in de kleinste dingen vond ik verwondering.
Vandaag schrijf ik onder een parasol terwijl de zon zich zo gretig laat voelen. De paarse seringen vervullen mijn hart.
Ik glimlach.
Ik heb iets gevonden waar ik zo naar zocht —niet buiten mij, maar diep vanbinnen in een eenvoud waar ik zo van hou.
Mijn tuin groeit zoals ze wil. En elke paardebloem krijgt haar eigen plaats.
De lucht is helder. En af en toe verschijnt er een wolk die even blijft en dan weer oplost. Maar de lucht blijft altijd bestaan.
Van hieruit ontstond het nieuwe traject: "De Kracht Van Mededogen"
Meer info hierover kan je vinden via volgende link:https://www.grietheylen.com/de-kracht-van-mededogen
Heb je vragen hierover? Reik dan gerust naar me uit.
Van harte,
Griet.


Opmerkingen